Vorig bericht     |     Overzicht     |     Volgend bericht  

Brussel : Plannen voor fiscale hervorming raken bekend

Geplaatst op 30 november 2015

Het Brusselse regeerakkoord 2014-2019 voorziet dat het zwaartepunt van de Brusselse fiscaliteit dient te verschuiven naar de onroerende voorheffing. Het Gewest wil zo zijn inkomsten optimaliseren, zijn fiscale draagvlak vergroten en ook de eigenaars van vastgoed die in Brussel geen belastingen betalen op hun inkomen, proportioneel te laten bijdragen tot de financiering van het Gewest. Het nieuwe fiscale beleid wordt uitgewerkt door de Minister van Financiën en Begroting.

Budgetneutrale operatie (… toch voor het gewest)
In uitvoering van het regeerakkoord werden 10 experten gelast met de denkoefening hoe dit alles te realiseren, met dien verstande dat het een budgetneutrale oplossing moest worden.
De voorstellen die op tafel liggen, beogen het behoud van de middenklasse (lees : belastingbetalers) in de stad en de financiële leefbaarheid van het gewest.
Om deze middenklasse aan te trekken wordt voorgesteld om de korting die onder bepaalde voorwaarden kan genoten worden op de registratierechten (12,5 % op de waarde van de woning) gevoelig te verhogen.

Nu reeds wordt bij de aankoop door particulieren van een eerste woning of appartement dewelke zij hun hoofdverblijf gaan vestigen en behouden gedurende vijf jaar, een bedrag van 60.000€ afgetrokken van de basis waarop de registratierechten worden geheven (75.000€ voor een woning of appartement gelegen in een ruimte voor de versterkte ontwikkeling van de huisvesting en stadsvernieuwing). Dit bedrag zou vanaf 2017 opgetrokken worden tot 175.000 €, zodat de eigenaar een bijkomende korting geniet van 14.375 € ten opzichte van vandaag. Daartegenover staat dat de woonbonus zou worden afgeschaft (met dien verstande dat hij blijft behouden voor de oude leningsovereenkomsten).

De forfaitaire gewestbelasting (nu 89 €) te betalen door elk gezinshoofd voor het bewonen van een gebouw, als hoofd- of tweede verblijf zou worden afgeschaft en ook de aanvullende agglomeratiebelasting van 1% op de personenbelasting zou verdwijnen in 2017. Daardoor zal elke bewoner van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest minder belast worden (minderinkomsten voor het Brusselse Gewest: 77 miljoen Euro).

De inkomsten die op deze wijze worden gederfd zullen worden gecompenseerd door een stijging van de onroerende voorheffing (door verhoging van de agglomeratieopcentiemen). Concreet zou dit leiden tot een verhoging van de onroerende voorheffing met maar liefst 10% (meerinkomsten voor het gewest : meer dan 77 miljoen Euro).

Als het van de Minister afhangt zou hij zelfs nog verder gaan en een bijkomende korting van 1% toekennen op de personenbelasting, met dien verstande dat de fiscale aftrekbaarheid van de dienstencheques zou worden afgeschaft.

Tenslotte wordt er ook voorgesteld om de schenkingsrechten te verlagen. Vooral de tarieven van schenkingen onder de 500.000 € zouden omlaag gaan en het zou mogelijk worden om een niet-familielid te laten erven aan de tarieven die gelden in de rechte lijn.

Al deze voorstellen, gebundeld in een verslag, werden overhandigd aan de parlementsleden op 17 september. De komende maanden zal er ook overleg zijn met de Brusselse gemeenten en de sociale partners. Pas daarna zal het komen tot een concreet regeerontwerp.

Beoordeling door de Verenigde Eigenaars
Wat betreft de extra korting op de registratierechten moet worden opgemerkt dat dit bedrag lager ligt dan het fiscale voordeel dat thans gehaald kan worden door toepassing van de woonbonus. De vraag is dan ook of men zal slagen in de beoogde opzet (aantrekken middenklasse).

In elk geval zal men hierdoor niet het wezen van de huisvestingsmarkt veranderen, die gedomineerd wordt door private verhuur. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is immers bij uitstek het gewest waar de overheid de private vastgoedeigenaar nodig heeft om het grondrecht op een behoorlijke woonst te garanderen.

Als de voorstellen die thans op tafel liggen – en waarbij het blijkbaar enkel nog de bedoeling is de sociale partners en de gemeenten te consulteren, en dus niet de private verhuurders – zouden worden aangenomen door het Brusselse Parlement, dan zullen de verhuurders in Brussel extra belast worden, bovenop hetgeen zij vandaag reeds betalen aan registratie-, schenkings- en successierechten, onroerende voorheffing, enz...)

De inwoners van het Brusselse Gewest die er hun eigen woning betrekken, zullen vermoedelijk weinig effect voelen van de verhoging van de onroerende voorheffing, omdat andere belastingen wegvallen. Het percentage van eigenaars bewoners bedraagt slechts 41%. De meerderheid van de bewoners in Brussel zijn dus huurders, die – zoals we hieronder zullen zien - op termijn ook de gevolgen zullen ervaren.
Voor verhuurders is geen enkele compensatie voorzien voor de verhoging van de onroerende voorheffing.

We merken op dat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de gemiddelde inkomsten het laagst zijn (reeds in 2011 zag de Brusselaar het inkomensverschil met de gemiddelde Belg met 14% toenemen en er is geen reden om aan te nemen dat dit verschil is afgenomen). Eind vorig jaar stonden er meer dan 41.000 gezinnen op de wachtlijst voor een sociale woning. De kans dat men als vastgoedeigenaar – ondanks de nog steeds zeer redelijke huurprijzen in het gewest – te maken krijgt met een huurachterstand en zijn toevlucht moet nemen tot een dure procedure teneinde uithuiszetting te bekomen, is dus bijzonder groot. En laat net dergelijke problemen, samen met de rechtsonzekerheid voortvloeiende uit de regionalisering van de huurwetgeving één van de bepalende factoren zijn waardoor de goesting tot investeren in vastgoed afneemt (zie onze enquête, in het Eigenaarsmagazine van september 2014).

Voeg daaraan toe dat uit een recente studie van IDEA CONSULT (Jaarverslag Confederatie Bouw 2014-2015: Alternatieve financiering. Hefboom voor de bouw) gebleken is dat bovenop het feit dat in Brussel het rendement uit verhuur (voor privégebruik) het laagste is in vergelijking met de andere gewesten, de nu reeds bestaande belastingdruk op vastgoed er zeer hoog is. De belastingdruk doet in Brussel het rendement dalen met 39,9 % (ter vergelijking : in Vlaanderen met 37,00 %, in Wallonië 40,70 %) tot 2,78 % ! Eens de voorliggende plannen werkelijkheid worden, zal de belastingdruk in het Brussels Gewest de hoogste zijn van het land en het rendement dus nog lager uitvallen.

Afname van investeringen in de private huurmarkt en een dalend rendement, kunnen alleen maar leiden tot hogere huurprijzen, hetgeen nefast is voor de huurders.

De Verenigde Eigenaars zijn al lang – in het belang van een goedwerkende private huurmarkt en het recht op wonen - vragende partij voor

* een ernstig fiscaal beleid. Dit houdt niet alleen in dat er belastingen geheven worden, maar ook – en vooral - dat er stimuli worden gecreëerd. Zeker in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn deze broodnodig : het vastgoedpark behoort tot het oudste van het land en heeft nood aan grondige renovatie. In het verleden is al gebleken dat een stimulerend fiscaal beleid positief werkt niet alleen voor de directe betrokkenen (huurder en verhuurder) maar ook voor dewerkgelegenheid.

* inkomensondersteunende maatregelen voor de huurders – in de Vlaamse Woonraad werd de afbouw van de woonbonus bepleit in ruil voor een ondersteuning van de huurmarkt.

De Verenigde Eigenaars kunnen de voorstellen die voorliggen dus geenszins onderschrijven. Er wordt immers absoluut geen rekening met de werkelijke noden van het gewest : de financiële leefbaarheid van het Brussels Gewest mag dan misschien verzekerd zijn door de voorliggende plannen ; de leefbaarheid tout court zal er (in de eerste plaats voor de huurders) ongetwijfeld op achteruit gaan.

Heeft u een vraag?

Voor vragen met betrekking tot uw lidmaatschap kan u ons bellen in het hoofdkantoor in Brussel op het nummer 02/880.60.24 (ma., di., do. en vr. van 9 tot 15 uur; woensdag van 9 tot 12 uur).

U kan ons ook per mail contacteren aan de hand van het contactformulier hieronder of op info@ve-pr.be.