Vorig bericht     |     Overzicht     |     Volgend bericht  

Open brief aan de Brusselse politici betreffende regionalisering huurwetgeving woongelegenheden

Geplaatst op 15 juni 2016

Als belangenvereniging, optredend voor tal van – voornamelijk kleinschalige – vastgoedeigenaars, richten wij u deze brief naar aanleiding van de voorgenomen regionalisering van de huurwetgeving inzake woongelegenheden.

Deze kwestie zal eerstdaags door de Brusselse Hoofdstedelijke regering worden behandeld en wij houden eraan u aan een aantal beginselen te herinneren alsook onze bezorgdheid te uiten en dit, nog voor enige beslissing is genomen.

De regionalisering van de huurwetgeving hebben wij niet gevraagd, omdat – naar onze bescheiden mening – de woninghuurwetgeving, zoals ze ingevoerd werd in 1991 en ondertussen enkele malen gewijzigd, door onze leden “verteerd” is.

Thans ingrijpen in deze wetgeving zal leiden tot een enorme complexiteit. Vele verhuurders bezitten immers onroerende goederen in verschillende gewesten en heel wat huurders veranderen van regio naar gelang de gebeurtenissen in hun leven. Inzicht of kennis van verschillende wetgevingen is niet eenvoudig voor de gewone burger. We kennen dit fenomeen nu al, aangezien heel wat materies reeds geregionaliseerd zijn (voorbeelden : wetgeving inzake energieprestatie, woonnormen, …). Complexiteit belooft nooit veel goeds voor de sereniteit van de relaties, en met name de huurverhouding. Het is ook zo dat de huurwetgeving gestoeld is op het Burgerlijk Wetboek. Het risico dat de fundamentele principes van het Burgerlijk Wetboek voortaan uiteenlopende interpretaties zouden krijgen is niet denkbeeldig.

40% van onze leden gaf aan dat het wijzigingen van de geldende rechtsregels inzake huur zeker een rechtstreekse invloed zou hebben op hun investeringsgedrag; 47 % van hen gaf dit aan voor wijzigingen op fiscaal vlak. Slechts voor 15 % van de vastgoedeigenaars zou dit geen invloed hebben.

Wij verzoeken u dan ook zo weinig mogelijk de vaststaande beginselen inzake huur te wijzigen en dit omdat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de private verhuurder absoluut nodig heeft om zijn bevolking te huisvesten.

Het kan u daarbij niet ontgaan zijn dat deze private verhuurder een trouwe partner is van de Brusselse overheid. Uit de enquête gevoerd door het Gewestelijk Observatiecentrum voor de Huisvesting in 2015 blijkt dat de laatste jaren de energieprestatie van de woningen merkelijk is verbeterd (door massale investeringen in centrale verwarmingsinstallaties, dubbele beglazing enz…). Deze verbetering is zuiver op het conto van de vastgoedeigenaars te schrijven.

Meer, uit dezelfde enquête blijkt dat de huurprijzen van kwaliteitsvolle goederen tussen 2013 en 2015 stagneren en dat hun evolutie (zelfs bij verhuring aan nieuwe huurders) hoogstens deze is van de gezondheidsindex.

De primordiale vraag naar de toekomst : willen de Brusselse politici de grote massa van verhuurders die correct handelen erkennen voor hun rol in de huisvesting of zal het evenwicht in de bestaande (federale) huurwetgeving tussen de rechten en plichten van huurders en verhuurders in het nadeel van de verhuurders worden doorbroken ?

Laat bij dit alles niet vergeten dat Brussel als enig gewest de onroerende voorheffing heeft verhoogd en dàt zonder enige compensatie voor de private verhuurder, niet-inwoner van Brussel. Met andere woorden : bij gelijke huurprijzen verminderen nu reeds de netto huuropbrengsten voor de verhuurder (in de eerste plaats investeerder), die overigens ook in het bijzonder in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met een zwaar risico op wanbetaling wordt geconfronteerd.

Dit risico op wanbetaling is niet het gevolg van (te) hoge huurprijzen (de Brusselse huurprijzen zijn vergelijkbaar met die van een Deense centrumstad), maar wel van het feit dat de inkomsten van de Brusselse huurders tot de laagste van het ganse land behoren.

In het licht van deze laatste vaststelling is het voor een verhuurder van primordiaal belang dat hij – en hij alleen – zijn huurder kiest, net zoals het voor een verkoper van belang is zijn koper te kiezen. Deze legitieme selectie heeft niets van doen met discriminatie (dewelke wij trouwens bestrijden), maar maakt dat verhuren een succesverhaal kan worden zowel voor verhuurder als voor huurder. Een verhuurder moet zeker kunnen zijn dat zijn huurder potentieel de huur kan betalen.

De private verhuurder houdt van zijn goed en wil dat zijn huurder er goed voor zorgt ; hij wil zelf het beheer over zijn goed voeren en gaat zijn eigen onderhoudsverplichtingen niet uit de weg. Als dit beheer wordt beperkt of hem ontnomen zal hij ongetwijfeld afhaken.

 

Daarom is het ongewijzigd behoud van onder meer de mogelijkheid te werken met een inlichtingenfiche, van de geldende regels inzake overdracht van huur en onderhuur en de regels inzake verkoop absoluut noodzakelijk om de private verhuurder aan boord te houden. Hieraan raken zal ongetwijfeld een desinvestering tot gevolg hebben in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.

 

Dit neemt niet weg dat wij zeker in staat zullen zijn wijzigingen, geïnspireerd door hogere belangen (van openbaar nut bvb. of in functie van de verbetering van de kwaliteit van de woningen) of door nieuwe woonvormen (zoals samenhuizen en de eraan verbonden solidariteit tussen de huurders), te verdedigen bij onze leden.

Wij hopen dat u – in het belang van een behoorlijke huisvesting binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – met onze overwegingen wil rekening houden. Onze directie is uiteraard te uwer beschikking voor verdere persoonlijke toelichting.

 

Getekend,

De VZW VERENIGDE EIGENAARS

Heeft u een vraag?

Voor vragen met betrekking tot uw lidmaatschap kan u ons bellen in het hoofdkantoor in Brussel op het nummer 02/880.60.24 (ma., di., do. en vr. van 9 tot 15 uur; woensdag van 9 tot 12 uur).

U kan ons ook per mail contacteren aan de hand van het contactformulier hieronder of op info@ve-pr.be.